Vervang het elektrolyt
Het elektrolyt in een loodzuurbatterij bestaat uit een mengsel van zwavelzuur en water. Tijdens het laden warmt het elektrolyt op. Hierdoor verdampt een deel van het water door elektrolyse. Het water splitst zich in waterstof- en zuurstofgas, die vervolgens ontsnappen. Na verloop van tijd daalt het elektrolytniveau in de batterij. Wanneer het niveau te laag wordt, wordt het zwavelzuur geconcentreerder en komen de platen in de batterijcellen bloot te liggen, wat schade veroorzaakt. Daarom moet het elektrolyt regelmatig worden aangevuld. Let hierbij op het volgende:
- Controleer het waterniveau
- Gebruik alleen gedestilleerd water
- Installeer een automatisch vulsysteem
- Let op tijdens het laden
Hoewel je handmatig kunt controleren wanneer water moet worden bijgevuld, bestaan er eenvoudigere en minder tijdrovende oplossingen. Zo kunnen indicatoren achter de batterij-aansluiting worden gemonteerd die aangeven wanneer de batterij moet worden bijgevuld.
Vul een batterij nooit bij met kraanwater; dit kan schade veroorzaken. Gebruik altijd gedestilleerd water, ook wel gedeïoniseerd of gedemineraliseerd water genoemd, dat is gefilterd om metalen en mineralen te verwijderen die het batterijproces kunnen verstoren.
De hoeveelheid gedestilleerd water die nodig is, kan variëren, daarom wordt een automatisch batterij-vulsysteem aangeraden. Dit systeem werkt met vuldoppen met drijvers die met elkaar verbonden zijn via waterslangen, zodat overlopen wordt voorkomen. Je hoeft enkel gedestilleerd water in de slang te gieten; het systeem regelt de rest.
Zorg ervoor dat het elektrolyt de batterijplaten volledig bedekt voordat je gaat laden. Zijn de platen bedekt, laad de batterij dan eerst en vul daarna eventueel bij. Tijdens het laden zet het elektrolyt uit en is de kans op overlopen groter als het van tevoren wordt bijgevuld.